31. okt, 2020

Dag oompie

De foto is niet door mij gemaakt maar het hemelpoortje was vandaag niet te vinden en ik wilde er perse een foto van.

Midden in de corona crisis komt het nieuws dat mijn  peetoom slecht gaat. Het wordt een vermoeiende week. Ik wil waken maar ook werken en kan dat niet goed combineren. Mijn leidinggevende begrijpt het en geeft me calamiteitenverlof. Officieel hoeft ze dat niet en ik vind het zo ontzettend lief. Maar ik wil niet weg blijven. Zo ga ik eerst een paar uurtjes naar oom, dan wat uren mee helpen op de afdeling. (Wel fijn voor de collegae dat ze er zo een paar extra handen bij hebben.) Na de dienst terug naar oompie en ergens in de nacht naar huis. Ik drijf op mijn adrenaline van de afgelopen periode. Thuis kruip ik meestal pas tegen de morgen in bed voor een paar uurtjes. Ik ben zo blij dat ik nog bij hem kan zijn. Ik praat als ik alleen ben nog veel tegen hem. Haal alles op wat we hebben mee gemaakt. Als ik hem bedank voor alles wat hij en mijn peettante  in mijn leven voor me gedaan hebben haalt hij zijn schouders op. Het was mijn peetoom en samen met mijn peettante waren ze zo belangrijk, jaren lang.

 

Oompie is niet echt meer aanspreekbaar maar vaak als ik boven zijn gezicht ga staan en duidelijk tegen hem praat en zijn naam noem gaan zijn ogen open. Soms wrijft hij met een vinger over mijn hand als ik zijn hand vast heb. En soms geeft hij korte antwoorden. Zo neem ik afscheid van mijn oom en dan overlijdt hij op donderdag morgen om kwart voor 8. Het is goed zo. Hij wilde zo graag weg van deze wereld. 

Ik ga terug en neem nog 1 keer afscheid. Als de begrafenisondernemers hem netjes hebben verzorgd is het mijn oompie niet meer. Met de kist mee lopen we het verpleeghuis uit. De verpleging heeft zich in een rij opgesteld. Hij is maar zo kort geweest. Ook loopt er een begrafenisondernemer voor de auto uit, de poort uit. Het is waardig. Na het uitvaartcentrum ga ik naar het werk. Afleiding wil ik en niet na denken. Een patient die naar mijn oom vraagt en hoort dat hij overleden is geeft me spontaan een dikke knuffel. Geven om elkaar  zet coroontje even op een zijspoortje. En aangezien zij negatief was laat ik het ook even zo.  Ik draai de dienst door en ben om 23 uur echt helemaal op. Nu zal ik slapen denk ik. Maar niks is minder waar. Ik wilde vrijdag lopen maar de enorme pijn in mijn rug van het hectische werken en de hoeveelheid trappen op en af sjouwen met, daarnaast nauwelijks slaap en stress wreken zich. Ook mijn voeten doen nog pijn van de schoenen. Dat wordt het niet. Ik ben te moe. Dan maar vandaag. Ik zet de wekker op 8 uur zodat ik in droog weer loop. Uiteinderlijk slaap ik door de wekker heen en wordt half 11 wakker. Het was dan ook vannacht pas weer half 3 voor ik mijn bed in kroop.  12 uur sta ik dan toch buiten. Geen doel gewoon lopen om mijn bol leeg te lopen. Het is hard nodig. De nieuwe schoenen heb ik thuis gelaten en ik heb mijn oude die nog goed zijn, alleen niet waterdicht, aan gedaan. Mijn wreef doet teveel pijn om ze weer in de nieuwe schoenen te zetten. En ik wil nog wel blijven lopen dit jaar, dus zo maar dan. Na een km of 3 ben ik doodmoe en doet mijn voet zeer. Ik ben  toch nog te moe voor verre afstanden denk ik. Toch ga ik stug door. Ik bedenk me, omdat ik in de polder al snel merk dat ik het niet naar mijn zin heb,  naar stompwijk te lopen en dan naar het park bij de skibaan. Maar dan loop ik verkeerd. Geen zin om om te keren dus ik banjer door. Het maakt ook niet zo uit. Ik zie niks van waar ik loop. Ik maak plichtsmatig een enkele foto als ineens wat opvalt maar verder is het verstand op nul en blik op onneindig. De muziek heb ik op mijn oren. Gaat deze normaal na een poosje uit vandaag blijft hij tot thuis aan. Ik loop de weg af naar Leidschendam. En ik haal herinneringen boven die ik nog weet. Bij tante en oom destijds als kind in Rijswijk waar mijn broertje op mijn speelgoed telefoontje ging staan en ik aan het krijsen sloeg. De keer dat mijn broertje en ik 2 muizen achter de wc deur hielden voor tante die zo bang was voor alles wat haar had, en waar ze op de wc bleef gillen om oompie. De keer dat ik met de fiets viel en mijn heup brak en bovenbeen scheurde. Oom en tante die direct kwamen en waarbij mijn oom de wielen van mijn racefiets af haalde zodat die niet gestolen zouden worden. Later bleek dit niet mijn fiets te zijn die ze geprobeerd hadden mee te nemen omdat die aan een boom stond. Wat een lol hadden we, de zusters en ik toen we het verhaal hoorden dat mijn oom de wielen gejat had van een vreemde fiets. En zo zijn er zoveel momenten van goedheid en kan ik met zoveel dankbaarheid aan die tijd met hun terug denken. Ik kon ze altijd bellen, ze lieten alles vallen en waren er. Er zijn geen tranen meer vandaag. Ik denk alleen maar met een glimlach aan al die mooie herinneringen. In Leidschendam ben ik 11 km verder en vraag ik me af hoe verder. Van een vriendin begrijp ik dat ze regen aan ziet komen dus ik besluit via Leidschenveen terug te lopen. Bovendien ben ik een dopje van mijn oortjes verloren dus ik moet even langs een winkel. Daar staat een oliebollen kraam en besluit ik 5 min. uit te rusten en 2 oliebollen te eten. Hoe lekker die bollen. De regen blijft uit en ik wandel door en ik merk dat ik me beter begin te voelen. De moeheid trekt wat weg en ik merk dat het weer goed gaat zitten in die bovendop. Wat is lopen toch belangrijk voor mij. Bij het westerpark besluit ik nog wat natuur te gaan snuiven en hopelijk herfst. Het blijft echter wat groen en af en toe wat kleur. Waarom wordt Zoetermeer niet getrakteerd op een bonte pracht vraag ik me af. 

Het park is wel mooi verder en ik zelf dwaal er een uurtje rond. Maar dan valt me op dat de lucht wel erg donker wordt. Ik moet maar eens op huis aan. Net als ik het park uit ben begint het te plensen. Onder een brug haal ik mijn regenkleding te voorschijn. Gelukkig heb ik alleen een t shirt aan zodat het niet al te zweterig wordt onder de poncho. Hierna blijft het regenen even droog en dan weer opnieuw. Ik moet gelijk aan de gele helium ballon van Santiago denken en ach na 10 minuten heb ik het alweer helemaal naar mijn zin. Vlak bij huis besluit ik toch nog de omweg langs het water te maken. Benthuizerplas en dan via het noord AA naar huis. Het is wel donker geworden en ik zie niet veel maar ik loop prima. Er is geen vermoeidheid en ik heb het naar mijn zin. Maar dan na 31 km sta ik thuis. De moeheid is uit mijn hoofd. Ik heb hem goed weten leeg te lopen.

 

Toen mijn peettante stierf kreeg ik een zilveren tasje met haar rozenkrans. Als kind zei ik altijd al dat ik die zo graag wilde hebben. Deze is altijd bij me op de wandelingen in mijn rugzak. Toen mijn tante dement was en ik naar Santiago zou gaan bleek ze dat wel te weten. Ze zei dan dat ze mee ging. Als ik vroeg: " maar hoe moet het dan met je man?" Dan zei ze:" die gaat mee met de bolderkar want die kan niet zover lopen". Ik had er lol om. Toen mijn oom slecht lag zei hij dat hij zijn bed uit wilde. Hij wilde mee op stap. Mijn oom heeft alle pieterpad verhaaltjes en vele wandelingen gelezen. Hij vroeg vaak of ik nog gewandeld had en dan vertelde ik hem mijn avonturen. Of ik liet hem wat wandelstukjes lezen. Van hem krijg ik nu ook iets persoonlijks. Iets kleins wat in mijn rugzak past. Samen met de rozenkrans van tante zijn ze er dan beiden altijd bij als ik aan de wandel ga. Mijn peettante en mijn peetoom. Ze hebben een dierbaar plekje in mijn hart. 

What do you want to do ?

New mail

What do you want to do ?

New mail

Meest recente reacties

18.11 | 16:13

Wat heb je er weer een mooi verhaal van gemaakt. Ik kan me voorstellen dat het leuke dagen zijn geweest.

15.11 | 23:34

Haha, een zondaar die van de leg is en niet weet hoe ze een hekje moet opendoen...🤣🤣 maar wel weer een leuk verslag! 👍

10.10 | 20:24

Weer een mooi verhaal en fijn dat je weer kunt lopen met de wandelschoenen aan.

24.09 | 05:35

Weer mooie dagen om straks op terug te kijken.

Deel deze pagina